(Axioma's, deugden en standpunten)
1 De schepper dient niets en niemand. Hij leeft voor zichzelf
2 De basisbehoefte van de schepper is onafhankelijkheid. De beredenerende scheppende geest kan niet functioneren als het buigt, zich opoffert of iets anders dient. Het vereist complete onafhankelijkheid in functie en motief.
3 Het bestaan existeert.
4 Ergens van bewust zijn, betekent dat het bewust zijn van dingen bestaat, en daarmee het bewustzijn.
5 Als iets is, dan is iets, enwel dat wat er is, en niets anders. A=A. Een ding kan niet tegelijk zowel het een als het ander zijn.
6 Waarnemingen, en niet sensaties, zijn een gegeven, het zelf-evidente. (optische illusies)
7 Maak de geest scherp, als een zwaard.
8 Houd van elkaar, zonder slechte intenties naar anderen toe.
9 Zorg voor elkaar, zodat anderen zich niet verwonden aan elkaars scherpheid.
10. Er bestaat geen absoluut goed en geen absoluut kwaad. Beide zijn abstracte begrippen, vaak gebaseerd op culturele of religieuze systemen of cultureel bepaalde normen en waarden.









